Vertrouwen op onze aangeboren intelligentie in een wereld waarin we toegang hebben tot een systeem wat (ogenschijnlijk) alles al weet en (zogenaamd) perfect werkt.

Gisteren stuurde iemand een document door wat door AI was gegenereerd. Het betrof een zeer gedetailleerd overzicht waar we allemaal aan kunnen denken als we op reis gaan. Aan alles was gedacht.

En al kan het natuurlijk (puur praktisch) nuttig zijn om AI op deze manier te gebruiken, toch heb ik mijn bedenkingen bij het persoonlijke gebruik van deze vorm van kunstmatige intelligentie.

Waar dit systeem namelijk heel handig werkt als een encyclopedie, woordenboek of zoekmachine, is het inmiddels veranderd in een (ogenschijnlijk) alwetend orakel dat zelfs in staat zou zijn om het echte (en dan vooral ons emotionele) leven te begrijpen. Zo zie en hoor ik om me heen nu steeds vaker dat AI (in de volksmond Chattie genoemd) ook wordt ingezet om te helpen met het nemen van beslissingen en het delen van gevoelens.

En bij dat laatste heb ik, hier aan mijn kant, zo mijn twijfels. Want al is het natuurlijk fijn om positieve woorden te horen tijdens momenten van diep verdriet (zeer logisch en begrijpelijk), toch kunnen de echte positieve woorden (de èchte liefde) in principe niet van een (al gemaakt systeem) komen.

De echte liefde, steun en kracht zit namelijk verscholen in de universele intelligentie. In dàt wat maakt dat we leven, groeien, bewegen en er zijn. In dàt wat we nu al aan boord hebben. Het navigatie systeem dat feilloos weet waar te gaan, wat te doen, zeggen of beslissen. Niet van tevoren bedacht, maar te realiseren als een onmiddellijkheid. Dit systeem (het leven zelf) hebben we al aan boord. Iedereen al. Nu al. Óók als dat even niet zo voelt.

Want de wrijving, de pijn, het verdriet, de twijfels of onzekerheid geven iets aan. En dat iets kan niemand anders voor ons weten. Dat iets is gekoppeld aan onze eigen en tegelijkertijd onpersoonlijke (de paradox) natuurlijke wijsheid. 

In dat iets zit de mogelijkheid om te zien, weten, voelen of horen wat er vanuit deze natuurlijke intelligentie gecommuniceerd wordt. Nu. Niet straks, of morgen, niet pas na dit of dat. Nu en weer nu.

Een (ogenschijnlijk) perfect systeem wat volledig is gebaseerd op (al bedachte) constructen, aannames en nauwkeurig gerangschikte en geformuleerde informatie die altijd betrekking heeft op (ogenschijnlijke) andere situaties, kan dan ook nooit weten wat (nu) het beste is. Het is namelijk oud nieuws. Net zoals onze repeterende geloofde gedachten en aannames (volstrekt onschuldig maar oh zo pijnlijk) ook altijd oud nieuws zijn.

Hoe zou het zijn als er, in ieder nieuw moment, iets nieuws valt te zien? Iets fris, iets origineels en iets wezenlijks. En vooral iets wat volledig van binnenuit komt. Als een her-innering aan onze eigen liefde om zichzelf in te her-kennen. Aan dit. Nu al.